Navigation
Gedachten voor thuis

Gedachten voor thuis 1 november

Christen-gemeenschappen

Apokalyps 7, 2-4.9-14; 1 Johannes 3, 1-3; Matteüs 5, 1-12a.

De evangelielezingen van de voorbije zondagen illustreerden hoe de farizeeën het ‘achter de ellebogen’ hadden, zouden we tegenwoordig zeggen. Wanneer Matteüs neerschrijft hoe Jezus de farizeeën de mantel uitveegt is dat 40 jaar later, en intussen doet zich in de eerste christen-gemeenschappen hetzelfde voor. Ook daar zijn gelovigen die zich beter voelen, die anderen de wet willen voorschrijven, en die denken anderen de les te kunnen lezen. En dan spreekt Jezus over de hoofden van de farizeeën heen tegen iedereen die zich in kerk en samenleving mooier voordoet dan hij of zij is, die de wijsheid in pacht denkt te hebben, en zichzelf hoger acht dan een ander: “Laat u geen meester noemen, geen vader of leraar”. Je moet geen meester willen zijn maar knecht, dienaar. Je moet niet de wijze vader willen spelen, want je bent allemaal kind van de Vader in de hemel, en je moet je geen leraar laten noemen, want je bent allemaal leerlingen van Jezus. Jezus zegt dus eigenlijk: jullie moeten ophouden met dat denken in hoog en laag, in meer en minder, in herder en schaap; jullie moeten zijn als broers en zussen. De heiligen die wij dezer dagen bijzonder vereren, hebben wij op een voetstuk gezet omdat zij gedaan hebben wat Jezus ons vandaag leert.