Navigation
Gedachten voor thuis

Gedachten voor thuis 26 april

4e Zondag van Pasen

Handelingen 2, 14a.36-41; 1 Petrus 2, 20b-25; Johannes 10, 1-10.

Jezus spreekt vaak in gelijkenissen tot zijn leerlingen. Maar wat Hij dan probeert te zeggen is niet altijd meteen duidelijk. Dat is vandaag ook zo. Jezus doet in het Johannes-evangelie zeven verschillende “Ik ben ….”-uitspraken. Daarmee wil Hij laten zien wie Hij is, waar Hij voor staat, wat het betekent om in Hem te geloven.

Hij zegt ‘Ik ben ..

  het brood dat leven geeft (Johannes 6:35) 

  het licht van de wereld (Johannes 8:12) 

  de deur voor de schapen (Johannes 10:9) 

  de goede herder (Johannes 10:11) 

  de opstanding (Johannes 11:25-26) 

  de weg, de waarheid en het leven (Johannes 14:6) 

  de ware wijnstok (Johannes 15:1-2)

In het Oude Testament wordt ‘Ik ben’ gebruikt om naar God te verwijzen. Met deze zeven (ook geen toeval!) ‘Ik ben’-uitspraken zinspeelt de evangelist Johannes daarmee duidelijk op de naam van God zèlf, die vertaald wordt met ‘Ik ben die ben’ of ‘Ik ben die zal zijn’. Wanneer Jezus spreekt over zichzelf, legt hij dus de verbinding met God. Jezus wil omstanders laten begrijpen dat Hij zelf ook God is: deel van de drie-eenheid, Vader-Zoon-Geest.

Wij horen ook tot die omstanders, of toehoorders, tot wie Jezus vandaag zegt: "Ik ben de deur". Daarmee geeft Hij aan dat Hij de enige zekere en veilige 'ingang' is tot Gods koninkrijk! Laten wij ook door die Deur binnengaan opdat we LEVEN in overvloed vinden …