Gedachten voor thuis 8 maart
3e Zondag in de veertig-dagentijd
Exodus 17, 3-7; Romeinen 5, 1-2. 5-8; Joh., 4, 5-42.
“Geef mij te drinken”, vroeg elke Israëliet aan Mozes, trekkende door de woestijn. En Mozes leste hun dorst, met Gods hulp. Als Jezus aan de vrouw bij de put vraagt “geef Mij te drinken”, doet Hij dat niet omdat Hij dorst heeft. Het is een manier om met haar in gesprek te komen, hetgeen al heel ongebruikelijk is: een Samaritaan en een Jood mijden elkaar van oudsher. Maar Jezus doorbreekt dit gebruik: Hij wil geen mensen uitsluiten.
Het is geen gewóón gesprek dat volgt: ze spreken een andere taal, verstaan elkaar niet, praten langs elkaar heen. De vrouw heeft het over het water uit put, Jezus over ‘levend’ water, d.w.z. water dat méér doet dan dorst lessen: het schenkt leven! Verderop hebben de leerlingen het over eten dat de honger stilt, maar Jezus heeft het over heel andere spijs: ‘de wil van God doen en Zijn werk volbrengen’ – daar leeft Jezus van.
Ja, ook wij moeten anders leren kijken: leren zien wat ècht belangrijk is in de ogen van God. Deze veertig-dagentijd is daar bij uitstek de tijd voor. Minder focus op een volle maag bij jezelf en meer op het tekort aan eten bij een ander; èn meer leven met God: want Hij kan je werkelijk ‘vol’ maken! Zijn genade is je dan genoeg.